VATTENFALL STREEFT HOGERE AMBITIES NA BIJ HERZIENING EUROPEES ETS

strategie In de week van 15 juni 2016 vinden er onderhandelingen plaats over nieuwe richtlijnen voor het Europese emissiehandelssysteem voor de periode 2021-2030. Vattenfall houdt er bij de onderhandelingen een beduidend ambitieuzer uitgangspunt op na. "Het resultaat tot nog toe is te voorzichtig, aangezien het niet uitgaat van de ambitieuze doelstellingen die de landen afgesproken hebben in de Overeenkomst van Parijs, waarbij de structurele problemen van het systeem worden aangepakt. Het is gewoon niet voldoende", zegt Erik Filipsson, Strategic Policy Advisor bij Vattenfall.

In 2021 gaat het Europese emissiehandelssysteem, het ETS, een vierde fase in. Momenteel wordt onderhandeld over een herziening van de richtlijn voor de handelsperiode die zal lopen tot 2030. De nieuwe richtlijn zal hopelijk goedgekeurd worden in het eerste kwartaal van 2017.

Ondanks het feit dat het emissiehandelssysteem bedoeld is als de hoeksteen van het Europese streven om de klimaatdoelstellingen op lange termijn te behalen, en dat het doorslaggevend is om de uitstoot van koolstofdioxide in Europa kosteneffectief te verminderen, werkt het systeem niet goed.

Een belangrijke oorzaak daarvoor is het structurele overschot aan emissierechten waardoor het hele systeem uit balans is.

Hoge ambities
In december 2015 werd in Parijs een mondiale klimaatovereenkomst gesloten met een algemene ambitie om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder twee graden Celsius en om bovendien inspanningen te leveren om de opwarming te begrenzen tot 1,5 graden.

"Nu de ETS-richtlijn toch op tafel ligt voor herziening, vinden wij dat we ons nu al moeten richten op wat we overeengekomen zijn in Parijs en dat we het milieubeleid van de EU daar zo snel mogelijk aan moeten aanpassen. Het amendement dat het Europees Parlement nu ingediend heeft in de vorm van aanpassingen aan het wetsvoorstel van de Europese Commissie van vorige zomer, bouwt nog altijd verder op de doelstellingen die de EU in 2014 overeengekomen is, namelijk een vermindering van de uitstoot met 40 procent tegen 2030. Wij vinden dat die doelstellingen in zekere zin voorbijgestreefd zijn nu de Overeenkomst van Parijs er is, en dat we de lat hoger moeten leggen voor de ambities voor het Europese ETS, niet in het minst in het licht van de huidige Europese doelstelling voor 2050, zelfs als het waarschijnlijk nog enkele jaren duurt voor de EU een nieuwe, hogere doelstelling heeft voor 2030", zegt Filipsson.

"Ontoereikend voorstel"
De hoeveelheid emissierechten in het Europese ETS daalt jaarlijks in een tempo dat bepaald wordt door een lineaire reductiecoëfficiënt die wordt aangegeven in de richtlijn.

In het huidige tempo daalt de hoeveelheid emissierechten jaarlijks met 1,74 procent. De Europese Commissie heeft voorgesteld om dat tempo vanaf 2021 te verhogen tot 2,2 procent.

Filipsson legt uit dat Vattenfall een lineaire reductiecoëfficiënt van minstens 2,6 procent voorstelt.

"Wij baseren ons onder andere op het feit dat er een doelstelling voor 2050 is om de uitstoot met 80 tot 95 procent te verminderen. Tegen de achtergrond van de toekomstperspectieven wereldwijd vinden wij dat de EU op zijn minst zou moeten opkomen voor de bovengrens van haar huidige klimaatdoelstelling voor 2050 wanneer de doelstellingen voor het Europese ETS worden vastgelegd. Daarvoor is een lineaire reductiecoëfficiënt van 2,6 procent nodig."

"Bovendien weet iedereen dat de EU vroeg of laat ook een nieuwe klimaatdoelstelling moet aannemen voor 2030, die volledig in de lijn ligt van de mondiale 1,5 graden-doestelling. Dan moet de reductiecoëfficiënt redelijkerwijs toch verder verhoogd worden tot boven 3 procent. Er gaan in het debat stemmen op, onder andere bij ngo's, voor een coëfficiënt van 4,2 procent. In elk geval kunnen we met zekerheid vaststellen dat het voorstel van de Europese Commissie ontoereikend is", aldus Filipsson.

Overlappende instrumenten
Filipsson ziet wel een lichtpuntje in de Europese onderhandelingen tot nog toe: er lijkt toenemende consensus te zijn rond de problemen die overlappende nationale instrumenten met zich meebrengen voor het Europese ETS. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het ontwerp van het standpunt van het Europees Parlement in de onderhandelingen die rapporteur Ian Duncan in mei voorstelde.

"Tegelijk met het in twijfel trekken van het systeem zijn de lidstaten van de EU namelijk begonnen meer en meer nationale instrumenten in te voeren die gericht zijn tegen precies dezelfde uitstoot waar het handelssysteem om draait. Wij vinden dat we rekening moeten houden met de effecten die zulke ingrepen hebben op de functie en de doeltreffendheid van het Europese ETS."

Het effect van de overlappende instrumenten is vaak dat bepaalde – meestal West-Europese – landen hun uitstoot lokaal wel naar beneden krijgen. Op EU-niveau leidt het echter tot een nog groter overschot aan emissierechten in het systeem en het zorgt ervoor dat de internationale CO2-prijssignalen nog verder uitgehold worden.

"Om die problemen een halt toe te roepen heeft de rapporteur van het Europees Parlement voorgesteld dat de lidstaten verplicht om de twee jaar verslag uitbrengen van de resultaten van hun maatregelen. Naar aanleiding daarvan kan dan de hoeveelheid emissierechten die landen op de markt verkopen worden aangepast. Vervolgens kan men die emissierechten opnemen in de marktstabiliteitsreserve die vanaf 2019 ingevoerd wordt. Op dit vlak kunnen we vaststellen dat de rapporteur het grotendeels met ons eens is", zegt Filipsson, al stelt hij ook vast dat er nog zwaar onderhandeld moet worden voor de buit binnen is.

"Er recht tegen in"
Hij legt uit dat het wetsvoorstel van de Europese Commissie nog andere aspecten bevat die problematisch zijn voor Vattenfall.

Het gaat deels om het voorstel om 250 miljoen emissierechten uit de marktstabiliteitsreserve (MSR) te halen om een reserve op te bouwen voor nieuwe deelnemers aan het systeem voor fase 4.

"Het maakt deel uit van de regeling dat een bepaalde reserve opzijgezet wordt voor nieuwe installaties die er naar verwachting zullen bijkomen, vooral binnen de industrie. De meest normale en logische aanpak zou echter zijn om die emissierechten af te houden van het emissieplafond dat voor de periode 2021-2030 is vastgelegd in plaats van nu al te beginnen knabbelen aan de nieuwe MSR. Om daarvoor 250 miljoen emissierechten uit de reserve te nemen gaat volgens ons regelrecht integen het idee van een MSR en het algemene streven naar een gezondere marktbalans."

Prioritaire kwesties
Twee van de meest besproken kwesties tijdens de Europese ETS-onderhandelingen draaien enerzijds om de behandeling van de sectoren die blootgesteld zijn aan CO2-lekkage en anderzijds om de oprichting van een nieuw EU-fonds om nieuwe innovatieve technieken te ondersteunen. De laatste is voor bijvoorbeeld hernieuwbare energie, CCS en bepaalde industriële processen die op termijn een zeer belangrijke rol kunnen spelen bij de beperking van de uitstoot.

"Wij vinden het idee van het fonds op zich goed, maar om het geld bij elkaar te krijgen moeten de 400 miljoen emissierechten die daarvoor opzijgezet zijn, verkocht worden. Als men ze plotseling in hun geheel of te vroeg verkoopt, zal dat heel wat van onze andere doelstellingen tegenwerken. Daarom hebben we samen met Statkraft en Fortum een concreet voorstel gedaan om minimaal tot na 2023 te wachten met de verkoop ervan. Dat zou een goede zaak zijn om de MSR niet tegen te werken en om te vermijden dat emissierechten er aan de ene kant uit en aan de andere kant weer ingaan. Bovendien is het waarschijnlijk dat een latere verkoop zal resulteren in hogere totale inkomsten, die gebruikt kunnen worden om het klimaatproject op Europees niveau te ondersteunen", zegt Filipsson.

"Ons oordeel over de voorstellen die de Europese Commissie en het Europees Parlement tot nog toe gedaan hebben, is dat ze niet voldoen om de problemen waar het Europese ETS momenteel mee kampt onder handen te nemen. Kwesties die verder prioriteit moeten krijgen, zijn de doelstellingen op lange termijn en verdere maatregelen om het overschot in het systeem aan te pakken. Als we er niet in slagen de CO2-prijs op te krikken, zal er niet meteen nood zijn aan een omvattende regelgeving om CO2-lekkage te verhinderen en zal er evenmin veel geld zijn in de Europese fondsen die volledig afhankelijk zijn van wat de verkoop opbrengt."

Vattenfall positon on ETS reform
Vattenfall, Fortum, Statkraft joint position
Swedish proposal for Env Council policy debate

Gerelateerde content